‘De bal aan het rollen brengen’

Eduard van Breeden

De bal aan het rollen brengen Eigen foto

De ondergrens…..

In termen van structureel ondermaats vertoond voetbalspel bedienen we ons gemakshalve vaak van de gradaties ‘slecht’, ‘slechter’, ‘slechtst’. Deze laatste term dus als de overtreffende trap van ‘erbarmelijk’; in voetbaltermen concreet vaak het bereiken of zelfs passeren van de ondergrens. Maar wat is dan precies een ondergrens en wat is de belangrijkste oorzaak?

Eduard van Breeden

Sinds 1954 bestaat in Nederland het betaald voetbal. Voetbal met als enige doel om het ‘publiek’ te vermaken. In spelopvatting bij wedstrijden wordt hierbij nog altijd het aanvallende spel als het meest attractieve, en dus cruciale, gezien. Een spelopvatting waarbij men als doel heeft om in ieder geval meer doelpunten te máken dan een tegenstander om op deze manier na 90 minuten als winnaar van het veld te stappen. Aanvallen en verdedigen als twee belangrijkste elementen die men moet beheersen waarbij de eerste (aanvallen) het doel moet zijn en de tweede (verdedigen) een middel om genoemde overwinning (meer doelpunten maken dan je tegenstander) te verwezenlijken. Verdedigen mag nooit en te nimmer een doel op zich worden.

En hier gaat het vaak, ook vanmiddag bij Cambuur Leeuwarden, zo gruwelijk mis. De spelopvatting verdedigen (of lees: vooral niet willen verliezen) is een doel geworden en de aanval is, bewust of door onkunde/onvermogen, naar de achtergrond verdreven. Nota bene het meeste balbezit werd door de ‘geel-blauwen’ misbruikt om oeverloos de bal rond te spelen zonder één enkele aanvallende intentie. Zelfs toen de achterstand al onoverbrugbaar was. Het was daarnaast het algehele onvermogen, technisch en tactisch, om überhaupt een tegenstander ‘pijn te doen’. Op deze twee fronten, met name door het ontbreken van zelfs de intentie, bereikten de Leeuwarders vanmiddag de ondergrens (van het aanvaardbare). Zo win je niet alleen nooit een wedstrijd, maar jaag je het eigen publiek, gedesillusioneerd, steeds sneller het stadion uit. De factor onkunde, maar ook zeker bovengenoemde verwerpelijke wedstrijdinstelling als ‘fifty fifty-oorzaak’.

Het geel-blauw van Cambuur Leeuwarden Eigen foto

Tv-verslaggevers, journalisten van de krant en ook ‘jij en ik’ bij de koffieautomaat op maandag zullen verwoede pogingen blijven doen om een oorzaak, of zondebok, aan te wijzen van het belabberde spel van de favoriete club. Deskundigen genoeg en het naar de slachtbank afvoeren van spelers is voor de meesten een fluitje van een cent. Zolang spelers echter met een verkeerde intentie aan een wedstrijd (moeten) beginnen is die ondergrens altijd, en terecht, ‘binnen handbereik’

————————————————————————————————————————————————————-

‘In de geest van de wedstrijd’

Sinds de politiek door de toeslagenaffaire in zwaar weer is gekomen en kabinet, alle politieke partijen en zelfs de rechtspraak een flink pak op de broek hebben gekregen vliegen de woorden ‘menselijke maat’, ‘maatwerk’ en ‘in de geest van de wet’ je om de oren. Terecht, het rigide toepassen van regels is soms zo onrechtvaardig en zeker niet altijd ‘blind’ één op één toepasbaar op iedereen. Gelijke zaken moeten gelijk worden afgehandeld, maar bij ongelijke zaken mag, nee moét, het dus ook zoals het de bedoeling is: in de geest van de wet.

Deze zienswijze maar vooral handelswijze moet veel meer worden toegepast. Ook in de sport en dan specifiek: de arbitrage. Laten we het voetbal nemen. Voor een dergelijke menselijke, redelijke en ‘in de geest van de wedstrijd’ scheidsrechter zijn bepaalde competenties essentieel. Ik noem: het aanvoelen van het belang van de wedstrijd, de sfeer en omstandigheden gedurende de negentig minuten voetbal en, voor de echte toppers, het aanvoelen van iéts van emotie bij spelers, trainers en publiek. Zeg maar gewoon een man met persoonlijkheid en inlevingsvermogen. Niet voor niets was ‘de mens’ Ignace van Swieten met afstand de allerbeste scheidsrechter die Nederland ooit heeft gekend. Zijn oprechte menselijkheid maakte hem niet alleen de beste leidsman op het veld, maar, niet onbelangrijk, de acceptatie van al zijn beslissingen was hierdoor altijd 200%. Een gele kaart wás een gele kaart, een handsbal was ook écht een handbal en een strafschop was ook altijd écht een strafschop. Een Var had de inmiddels overleden Ignace niet nodig.

En toen was daar, als treurig voorbeeld, op een zondagmiddag Cambuur-Twente. Negentig minuten voetbal met aan beide zijden één echte kans, aan beide zijden evenveel slecht- als goed voetbal en aan beide zijden tot de 95e minuut een berusting van een terechte ‘bloedeloze’ 0-0. Tot diep in blessuretijd het ‘balletje’ tegen de arm van een ‘wegdraaiende’ Cambuur-speler kwam. Het gaat er helemaal niet om óf het een bewuste handbal was. Óf de arm , drie vijf of acht centimeter van het lichaam was. Óf de speler wel genoeg weg draaide en óf de arm wel volledig bewegingsloos langs het lichaam hing.

De Var de bekeek de situatie, en nog eens en met nog meer camera’s, nóg eens. Maar wanneer daarna de scheidsrechter naar het schermpje wordt gelokt, kijkt en nóg eens kijkt en het veld weer inloopt dan gaat er daarna iets gruwelijk mis. Op dat moment worden door twee mensen in één minuut alle cruciale elementen voor dat menselijke, ‘in de geest van de wedstrijd-denken’ overboord gegooid en loopt starheid en incompetent handelen weer het veld in. Hoorde de scheidsrechter ‘van boven’ niet de woorden ‘redelijkheid’ en ‘billijkheid’? Kent hij geen Ignace van Swieten of een scheidsrechter Pierluigi Collina en hún stijl van leiding geven? Leest deze leidsman überhaupt geen krant over de, zeer recent aangetoonde, kwalijke gevolgen van rigide toepassen van regels?

In alle redelijkheid zou 99% van ‘alles en iedereen’ in het stadion vrede hebben gehad met het geven van de, in eerste instantie toegekende, hoekschop. Om nog maar niet te spreken van de miljoenen neutrale tv-kijkers thuis, later die avond. Geen enkele twijfel. Het daadwerkelijke resultaat was dat duizenden mensen in een stadion boos, gedupeerd, onbegrepen en diep teleurgesteld naar huis gingen, evenzovele ‘zich een kriek lachten’ vanwege onverdiend en onterecht voordeel en daarnaast miljoenen mensen hoofdschuddend op de bank voor de tv zaten vanwege zoveel onredelijkheid wat ook hún favoriete club had kunnen overkomen. Slechts twéé mensen menen nog altijd dat ze het, met het toepassen van kille, rigide regels, goed hebben gedaan…….

Onze van Swieten zal het tafereel hoofdschuddend hebben bekeken. Laten we vurig hopen dat iéts van reïncarnatie in de huidige arbitrage óóit gaat plaatsvinden door de geest van Ignace.