Oudejaarsavond overleed mijn moeder, op 92-jarige leeftijd, als gevolg van het virus dat we nu grotendeels onder controle lijken te hebben. De afgelopen week op Terschelling moest ik weer even aan haar denken. Tot kort voor haar overlijden fietste ze namelijk nog, op een gewone fiets, geen elektrische uiteraard. ‘Hebben jouw ouders geen elektrische fiets?’, is een vraag die ik vaak heb moeten beantwoorden. ‘Zo’n elektrisch ding is voor ouwe mensen, ik hou mijn eigen fiets’, zei ze altijd met de nodige humor. En met een ietwat verbeten gezicht trapte ze op een piepende en krakende ‘Gezelle’ altijd naar de Jumbo.
Onze gehuurde en gereserveerde fietsen voor mij en mijn vriendin (ook niet-elektrisch uiteraard, want moeders zou hoofdschuddend op me neerkijken) moesten bij het verhuurbedrijf op Terschelling vanuit het aller- allerlaatste rijtje fietsen gehaald worden. De ontelbare fietsen die er voor stonden waren állemaal elektrisch. Heel Terschelling fietst trouwens elektrisch. Inderdaad, elektrisch fietsen is blijkbaar ‘zomaar’ de norm geworden en een oude vrouw op een gewone fiets is ineens abnormaal. ‘Deugde die vrouw wel?’
Menselijk gedrag willen wij allemaal vanuit een bepaalde logica kunnen begrijpen. Dit begrijpen geeft ons vervolgens iets van rust; een soort tevredenheid. Logica is vaak beheersen. Voor sommige mensen of instanties zelfs macht of controle. Begrijpen en beheersen: hier is heel onze praktijk-wereld op ingericht. Ook bij scholen en ziekenhuizen denken en werken we graag vanuit een veilige norm. Scores, cijferlijsten, vragenlijsten, puntentellingen en andere normscorelijstjes bepalen steeds de gemiddelde norm. Iedere dag en in bijna elke baan hebben we met die gemiddelde norm te maken. Het grote gevaar echter schuilt in het feit dat we de norm stiekem steeds verder willen opschuiven door steeds meer mensen richting die norm te sturen of anders wel te drukken. Iedereen moet hierdoor steeds méér presteren om hetzelfde effect te bereiken: Het kwalijke van geleidelijke normverschuiving. Welke- en hoeveel menselijke variatie accepteren we nog?
Want wat is dan precies normaal of, afwijkend van de norm, abnormaal? En bestaat die grens daartussen wel zo duidelijk en wie bepaalt die dan? Menselijk gedrag blijft immers deels niet te meten en is zeker deels onbegrijpelijk. Het is juist belángrijk dat alle mensen verschillend zijn en Charles Darwin bouwde er nota bene zijn evolutietheorie op: De soort die het langst overleeft is niet de sterkste of meest intelligente, maar de soort die zich met al haar diversiteit in eigenschappen het beste kan aanpassen aan verandering.
Afwijken van een norm en juist veel variatie in mentale eigenschappen is dus cruciaal om te ‘overleven’ bij veranderingen. Ook in ons dagelijkse (werk)leven. Daarom is het zo vreemd dat we deze variatie in onze samenleving beperken en alle instanties continu toewerken naar een gemiddelde norm en met angst en beven kijken naar afwijkingen hiervan. Want laten we eerlijk zijn: als die afwijking bij klanten of collega’s van organisaties iets te groot is, en wij het als een probleem zien, dan werken we met man en macht gauw aan het herstellen hiervan.
Hoe minder variatie we vervolgens zien, hoe heviger we schrikken als we er toch ineens mee geconfronteerd worden. Hierdoor voelen mensen van ‘buiten de norm’ zich dan vaak weer buitengesloten en zelfs eenzaam. Te korte kinderen krijgen groeihormonen. Niet omdat hun leven onmogelijk is, maar omdat ze anders buiten de groep vallen door af te wijken van de lengtenorm en dit voor hen, door de reacties van anderen, vaak moeilijk is.
Alle organisaties zijn ook onderdeel van de gehele samenleving. Een samenleving waarin misschien ook wij moeten accepteren dat menselijke variatie niet altijd in onze keurige categorieën kan en moét worden verdeeld, maar een onlosmakelijk onderdeel is van ons mens-zijn. Een ‘Darwin-samenleving’ waarin we bij mensen bestaande eigenschappen moeten behouden en versterken die passen bij de huidige omstandigheden of als deze ineens wijzigen. Welke bepalende rol pak jij iedere dag in het accepteren van het afwijken van de norm en de durf in het stimuleren van deze menselijke variatie?
Oudejaarsavond zal altijd anders zijn…..
Bijna oudejaarsavond, rond de klok van zeven uur. En alweer twee jaar geleden:
Weggevlogen zonder woorden.
Geen afscheid, geen gedag.
Maar ik koester alle herinneringen, die ik bij me dragen mag.
Als ik aan je denk dan kijk ik even in mijn hart,
Naar al onze mooie momenten want die houd ik daar apart.
Weggevlogen zonder woorden, maar in mijn hart nog aan mijn zij.
Zo blijven wij verbonden, blijf je voor altijd heel dichtbij…
————————————————————————————————————————————————————
De stem ontnomen
Niemand heeft waarschijnlijk haar laatste woorden gehoord. Wilde ze ons nog wat vragen, vertellen of was ze rustig en stil? Had ze überhaupt de kracht nog? Was het nauwelijks hoorbaar, fluisterend of misschien toch wel roepend in doodsangst? Berustend in haar lot en vol vertrouwen op wat komen gaat? Het zullen knagende vraagtekens blijven.
Straks op oudejaarsavond, twee jaar geleden, rond zeven uur overleed ze, op 92-jarige leeftijd, mijn moeder. Dementerend, liggend op een ‘corona-afdeling’ in het verpleeghuis. Eenzaam, in een vreselijke tijd, noodgedwongen zonder aanwezigheid van haar man en kinderen. Onverdiend, zonder naaste stervensbegeleiding in de laatste uren van haar leven. Ze overleed door het virus dat nog steeds zoveel ‘onzichtbare’ pijn veroorzaakt.

Ma Eigen foto
Mijn moeder was een lieve, oprechte vrouw van weinig woorden. Ze sprak uit wat haar bezighield, eerlijk maar duidelijk. Maar het was soms ook een vrouw met pit. De sprekende ogen in combinatie met haar stem maakte haar tot iemand die van nature kon overtuigen. Als kind wist ik dat ik exact de juiste boodschappen moest meebrengen, want bij de verkeerde appelstroop klonk onherroepelijk: ‘weer térug’. De rechterarm met wijsvinger in de richting van de winkel, het hoofd iets naar achteren en de wijd geopende, bruine ogen. Maar vooral die nadrukkelijke ‘té’ van ‘térug’ hoorde ik als ik al was omgedraaid richting de achterdeur.
Ik heb haar stem in al zijn diversiteit meegemaakt. Resoluut, toen zíj voornamelijk de zorg voor vier opgroeiende kinderen had en een huishouding kordaat maar succesvol leidde. Duidelijk in haar woorden bij een taak voor mij, mijn broer of zussen. De intonatie bepaalde hoever we van het gevraagde eindresultaat konden afwijken. Haar toon was ook vaak oprecht, warm en humoristisch als alles, voor haar, onder controle was en er in het gezin ruimte was voor zoveel liefdevolle momenten. Ook dan was die lachende, relativerende klank een twee-eenheid met haar sprekende gezichtsuitdrukking.
Maar ik weet ook hoe een stem klinkt die in het bezit is van angst. De gekende onzekerheden in het leven van mijn moeder bepaalden vaak de daaraan gekoppelde woorden die ze koos. Woorden van twijfel en zelfonderschatting. Ze had steeds vaker vragen om die onzekerheid te verminderen. Maar met de klank waarmee ze deze stelde voelde het meer als een bevestiging dan als een oplossing hiervan.
In het verpleeghuis kwamen alle ‘emoties’ uit haar leven voorbij. De dementie bracht ze feilloos in al zijn variëteit voor het voetlicht. Liefdevolle woorden als dank richting de zorg en humoristische opmerkingen bij de spelletjes in de woonkamer tegen medebewoners. Maar ook intense woorden van machteloosheid, verdriet en boosheid voortkomend uit de angst en paniek die zich door de gedragsverandering van de ziekte nóg heftiger manifesteerden.
Uiteindelijk heeft de dementie haar stem definitief ontnomen. De liefdevolle gezichtsuitdrukking verdween. De oogopslag werd wezenloos. Zinnen werden woorden, woordjes werden enkel nog een klank en het geluid van droge lippen werd uiteindelijk slechts een zware ademhaling. Ik hoop vurig dat ook het niet kúnnen uitspreken van woorden iemand rust mag geven.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.